Werkgroepen

NL-ATSA wil haar slagkracht vergroten door het opzetten van compacte werkgroepen bestaande uit actieve leden die zich richten op een specifiek onderwerp/probleem.

Denk daarbij bijvoorbeeld aan het creëren van een evidence based basis plan van aanpak waar gemeenten op kunnen voortbouwen als zij te maken krijgen met uit detentie of behandeling terugkerende pedofielen. Of denk aan het opstellen van richtlijnen voor behandelaars in de reguliere GGZ die een zedendelinquent in behandeling krijgen voor niet-risico gerelateerde problematiek.

De werkgroepen:

Werkgroep onderzoek – Kasia Uzieblo & Wineke Smid

Werkgroep behandeling – Jan Willem van den Berg

Werkgroep preventie – Minne De Boeck & Kasia Uzieblo

Werkgroep psycho-diagnostiek – Anke Weenink & Wineke Smid

Wanneer u wilt deelnemen aan een bestaande werkgroep, kunt u zich aanmelden via het contactformulier.

 

NL-ATSA werkgroep behandeling

De werkgroep behandeling is in 2015 opgericht met het doel om een overzicht te krijgen van behandelprogramma’s gericht op dynamische risicofactoren van zedendelinquenten in Nederland en Vlaanderen. Het tweede doel is deze input te gebruiken om te komen tot een voorstel voor deze behandeling die landelijk ingezet kan worden.

In het kader van het eerste doel zijn in 2015 verschillende instellingen en instanties benaderd met de vraag welke therapieprogramma’s men gebruikt voor de behandeling van zedendelinquenten. Deze programma’s werden opgevraagd en door de werkgroep geanalyseerd aan de hand van een zelf ontwikkelde checklist. In totaal zijn 15 programma’s geïncludeerd. Deze programma’s waren vooral gericht op zedendelinquenten in het algemeen en specificeren dus niet op dadertypologie, stoornis of risico. De programma’s kunnen niet eenvoudig gebruikt worden; ze bevatten weinig richtlijnen c.q. handvaten voor gebruik. De resultaten van dit onderzoek zijn gepresenteerd op het symposium van de NL-ATSA op 16 juni 2016. U kan ze hier raadplegen: Handouts symposium NL-ATSA

Sinds dit symposium is de werkgroep bezig met het opstellen van een richtlijn voor behandeling. We hebben gekozen voor een richtlijn omdat dit aanwijzingen geeft voor behandelaren, zonder voor te schrijven hoe het moet. De mate van het risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag is leidend voor de behandelmogelijkheden. Per categorie wordt uitgeschreven wat de behandelmogelijkheden zijn en wat hun empirische evidentie is. Als theoretisch kader wordt het RNR-model gehanteerd.

Leden werkgroep

Eleen Jorritsma, behandelcoördinator FPC Mesdagkliniek

Marije Keulen-de Vos, senior onderzoeker FPC de Rooyse Wissel (vz)

Freek Möhlmann, psycholoog Emergis